Nazorg

De aanpak van eergeweld houdt niet op bij het afwenden van de acute geweldsdreiging, het bieden van opvang of een strafrechtelijke veroordeling van de dader. We moeten vrouwen ook veiligheid op de langere termijn bieden. Voor een vrouw die jarenlang geïsoleerd in Nederland heeft gewoond en de taal nauwelijks machtig is, is een ander nazorgtraject gewenst dan voor een meisje dat is ingeburgerd in de Nederlandse maatschappij. Weer anders zal de nazorg zijn voor mannelijke slachtoffers, zoals in geval van homoseksualiteit of bij weigering van hun traditionele rol.
Voor de nazorg maakt het uit waar de zorg voor het slachtoffer heeft plaatsgevonden en wie daarbij betrokken waren: de vrouwenopvang, politie, school, het maatschappelijk werk, jeugdzorg, Raad voor de Kinderbescherming of het openbaar ministerie. Gebleken is dat bij (uitvoerende) professionals sprake is van een kennistekort en een solistisch optreden. Ook voor de nazorg zal de afstemming en samenwerking tussen de diverse instanties dus beter moeten verlopen. Onderzoek moet uitwijzen hoe de gemeente voorwaarden kan scheppen om goede nazorgtrajecten te (laten) ontwikkelen.
Wat gebeurt er al aan nazorg? De vrouwenzorg biedt in principe begeleid wonen na verblijf in de vrouwenopvang. In 2006 bekijken vrouwenopvang en politie op lokaal niveau of slachtoffers van eergeweld nog aanvullende hulp/bescherming nodig hebben.
De zelfredzaamheid van slachtoffers is een belangrijke succesfactor, zo blijkt in de praktijk, evenals de aanwezigheid van een breed gedragen sociaal netwerk. Daarnaast is de kwaliteit van de professionele hulp belangrijk. Deze factoren zullen dus ook in het traject van nazorg van belang zijn.