De cijfers

Sinds eergerelateerd geweld in 2003 op de agenda gezet is bij de overheid, politiek, maatschappelijke organisaties en de media, realiseert men zich dat het probleem omvangrijker is dan gedacht. Betrouwbare cijfers over het aantal slachtoffers zijn echter nog niet te geven omdat eergeweld en eerwraak niet als zodanig worden geregistreerd. Om een goed beeld van het aantal slachtoffers te krijgen, is allereerst een eenduidige definitie en een eenduidige registratie bij alle instanties nodig.
Hiervoor zijn ondermeer twee registratiepilots in twee politieregio’s gehouden. Daaruit blijkt dat eergerelateerd geweld diverse verschijningsvormen kent, en daardoor lastig te herkennen en te kwantificeren is. Eerzaken kennen daarnaast een lange duur, waardoor het moeilijk te bepalen is wanneer een zaak is afgerond. De duiding van een erezaak is ook nog eens moeizaam, want er is vaak ruimte voor meer interpretaties. Eergeweld wordt nogal eens verward met huiselijk geweld, bijvoorbeeld. Een landelijk inzicht in de aard en omvang is dus niet eenvoudig te realiseren, daar zijn verdiepende analyses voor nodig. Die volgen in 2006/2007. In 2006 is in de vrouwenopvang een pilot gestart voor de registratie van slachtoffers van eergeweld. In 2007 worden alle gegevens van politie, vrouwenopvang en gemeenten gekoppeld en bekeken hoe de registratie beter kan.