Strafrechtelijke aanpak
Een vraag die velen in het veld bezig houdt, is: Welke vorm van eergerelateerd geweld is nou strafbaar? Hier is nog geen consensus over bereikt. Inzet van het strafrecht is nu aan de orde als de dreiging van eergerelateerd geweld strafrechtelijke normen overschrijdt. In die gevallen kan tot opsporing en vervolging worden overgegaan. Bij sommige vormen van eergerelateerd geweld past (nog) geen juridische beschrijving.
Maar ook niet-strafbare gedragingen, zoals extreme vormen van controle, zijn relevant voor de signalering en vroegtijdige interventie. Partners uit de strafrechtketen (met name politie en het OM) moeten daarom samenwerken met de zorgketen: van vrouwenopvang tot jeugdzorg.
Het is daarnaast noodzakelijk beter zicht te krijgen op de omvang van de strafbare gedragingen. Daar is eenduidige registratie en brede deskundigheidsbevordering voor nodig. Bij alle betrokken partijen.
Voor de strafbare vormen van eergerelateerd geweld is het Wetboek van Strafrecht leidend. Let wel: de eergerelateerde context van de gedragingen is leidend en niet de artikelen. Deze opsomming omvat ook eerwraak, vrouwelijke genitale verminking en huiselijk geweld (voor zover eergerelateerd). Ook gedragingen als achterlating en kinderontvoering vallen er onder.
Opsomming strafbare vormen van eergerelateerd geweld:
- zeden (artt. 239 tot en met 253 Sr.);
- belediging (artt. 261 tot en met 271 Sr.);
- vrijheidsberoving (artt. 282);
- bedreiging en intimidatie (artt. 284 en 285 Sr.);
- levensdelicten (artt. 287 tot en met 295 Sr.);
- mishandeling (artt. 300 tot en met 306 Sr.);
- dood, zwaar lichamelijk letsel (artt. 307 en 308 Sr.).
- diefstal met geweld (artt. 312, lid 1 en 312, lid 2 sub 4 Sr.).
